over mijzelf
twannie-twan-kiens-beeldende-kunst
Ik ben Twan een 42 jarige jongen. Ja een jongen, want volwassen voel ik mij nog steeds niet! Na de lagere school en de mavo achter me te hebben gelaten, begon mijn zoektocht naar wat ik wou in mijn leven. De meao was ik maar mee gestopt, want je hele leven op kantoor zitten vond ik maar niks. Na de lagere school en de mavo achter me te hebben gelaten, begon mijn zoektocht naar wat ik wou in mijn leven. De meao was ik maar mee gestopt, want je hele leven op kantoor zitten vond ik maar niks. Aan de kmbo machinebankwerkenheb ik mijn liefde voor metaal overgehouden, maar hele dagen in de fabriek zag ik ook niet zitten.
Toen kennissen mij op 18jarige leeftijd vroegen of ik niet in Groningen wilde wonen, heb ik de Achterhoek achter mijgelaten en ben meteen verhuisd. Wat heb ik me toen uitgeleefd! Feesten, feesten en nog eens feesten. Toen kwam ik ook in contact met kraken, waar ik me helemaal in kon vinden. Strijden om de maatschappij teveranderen, strijden tegen het kapitalisme. Autonoom zijn. Achter deze idealen sta ik nog steeds, alleen voert het autonoom zijn de boventoon en probeer ik de idealen anders te verwezenlijken. Mijn idealen probeer ik nu te bereiken door kleinschaligheid na te streven. Door zo min mogelijk te werken/verdienen, en daar zoveel mogelijk mee te doen, zodat je zo min mogelijk bijdraagt om het systeem van consumeren in stand te houden. In het strijden om de maatschappij te veranderen geloof ik ook niet meer. Het is heel goed dat het nog gebeurt, maar het is niet mijn weg. In plaats van te overtuigen, laat ik liever zien dat het ook anders kan. van kaarsenmaker tot kunstenaar en van ruimtelijk tot fotografie Door verder te willen komen met het kaarsen maken, ben ik een cursus ontwerpen en vormgeving gaan doen, en hierdoor ben ik in contact gekomen met kunst. Door dit contact ben ik erg ge?nteresseerd geraakt in het beeldenmaken. Mijn interesse lag eerst alleen bij ruimtelijk werk. Dit komt omdat ik vanuit het ambacht bij de kunst terecht gekomen ben. Er moest fysieke arbeid in zitten. In het eerste jaar lukte mij dat goed, omdat de nadruk meer op de uitvoering lag.

zink

hout
Gaandeweg kwam ik erachter dat het maken van een beeld voor mij niet moeilijk was. Het probleem bij mij was het punt, wat wil je ermee zeggen? Als ik een idee had begon ik meteen enthousiast aan de uitvoering ervan, omvervolgens aan het eind te concluderen dat ik een slecht beeld gemaakt had. Ik hield te weinig rekening met het idee erachter. Wat bijvoorbeeld bij de Gokkast" fout is gegaan, is dat ik vanuit het idee begon (de stilistische mensfiguren achter), en gaandeweg vanuit de techniek verder ging werken (de voorkant).

gokkast
De afgelopen 5 jaar ben ik bezig geweest om een werkmethode te vinden, waarbij ik op een losse, spelende manier een beeld kan maken. Ik ben erachter gekomen dat vanuit het idee werken niet mijn manier is. Hiermee bedoel ik eerst bekijken wat je precies wilt zeggen, en dan de manier zoeken om het uit te voeren. Mijn manier is een idee snel verbeelden, en dan bekijken wat ik er precies mee wil zeggen en hoe ik het kan verbeteren. Het eerste beeld waarbij mij dat lukte was Ik vlieg.

Ik vlieg
Het probleem op dat moment was alleen dat het een foto was, en ik wou ruimtelijk werk maken. Toen ben ik nogeerst gaan proberen om sneller ruimtelijk te gaan werken. Door het werk klein en als maquette te maken dacht ik sneller te kunnen werken. Voorbeelden hiervan zijn Naaimachine" en School".

Naaimachine

School
Gedeeltelijk klopte dit ook wel, maar het was nog teveel een worsteling en ging nog niet snel genoeg. Begin van dit schooljaar heb ik het ruimtelijk werk pas definitief los kunnen laten en een werk methode kunnen vinden die bij mij past. Als ik een idee/ beeld heb dan leg ik die op foto vast. Dan ga ik kijken wat beter/anders moet en wat ik er mee wil zeggen. Op deze manier kan ik sneller en beter werken en loop ik niet meer zo snel vast. Voorbeelden zijn "Stofzuigen" en "Slagboom".

Stofzuigen

Slagboom
Ik wil mezelf geen fotograaf noemen, maar beeldenmaker. De ene keer zal het beeld bestaan uit een foto, de andere keer uit een beeld of installatie. Bij het afstuderen wil ik het allemaal bij mekaar laten komen. Het wordt een installatie van foto`s en ruimtelijk werk. Van de foto`s wil ik er 1 opblazen tot levensgroot formaat en die als behang op plakken. Aan de muur komt ook een hanger voor ansichtkaarten, waar de rest van mijn werk als ansichtkaart in komt te hangen. Daar bij komt een vloerkleed met zithoekje waar de stofzuiger bijstaat. Verder wil ik dan 1 keer perdag met de stofzuiger een rondje gaan rijden.

twannie`s wereld

In dit hoofdstuk wil ik nader ingaan op Twannie`s wereld. Twannie`s wereld is mijn woon/werk plek, mijn denkbeelden over de maatschappij en hoe ik tegen het leven aankijk. Ik stel me zelf vaak vragen over het waarom en "als nu eens". Dit komt voort uit het feit dat ik eigenwijs ben en me niet wil neerleggen bij uitspraken als "dat hoort zo", of "dat is een feit". Het denken van de mens heeft voor de vooruitgang zowel goed als slecht gezorgd. Omdat de omstandigheden van ieder mens anders zijn, is ook het denken van ieder mens anders. Iedereen heeft zijn eigen prioriteiten, problemen, vreugdes enz. Dit zorgt er dus voor dat iedereen een andere mening heeft. Dit is ook goed. Alleen vraag ik mij dan weer af, waarom mensen bijvoorbeeld zeggen "dat hoort zo". Doen ze dat omdat ze er niet zelf over na willen denken? Of omdat ze niet buiten de groep willen vallen?

Om problemen overzichtelijk te krijgen probeer ik ze simpel en afstandelijk te benaderen. Hierdoor wordt het makkelijker om een oplossing te bedenken. In mijn werk is die oplossing echter niet belangrijk, want het gaat daar niet om. Het gaat erom dat iedereen daar zelf een mening over vormt. De wetenschap zoals die er nu is, bestaat uit afspraken die geldig zijn, totdat het tegendeel bewezen wordt en er dus weer een nieuwe afspraak is. Hierdoor vraag ik mij af wat de waarde nog is van die afspraken. Hetzelfde heb je met "deskundigen" het is leuk (en ook wel goed) dat ze er zijn, maar wat is de waarde ervan als je voor elke deskundige die a zegt een deskundige hebt die b zegt. Hieruit blijkt al wel dat ik het belangrijker vind om zelf een mening te vormen, ook al staat het resultaat lijnrecht tegen over mijn eigen mening. Het gaat mij dus om dat proces en niet om het resultaat.

Ik hou er niet van om iemand anders te willen overtuigen van mijn gelijk, dat mijn mening beter is. Daarom wil ik ook alleen maar laten zien dat het anders kan, en niet actief communiceren zoals Josef Beuys, want als ik actief ga communiceren staat mijn mening teveel op de voorgrond. Tevens is deze manier vrijblijvend, waardoor iemand echt zijn eigen mening kan vormen. Als ieder zijn eigen mening vormt, denkt men dus veel na en zal men automatisch meer respect voor mekaar krijgen. Want dan neem je niet meer automatisch meningen over van leiders, en dus ook niet meer de vooroordelen. Dit werd ik mij pas bewust toen ik op het platteland ben gaan wonen. Het is hier veel meer "leven en laten leven". Je leeft je eigen leven, op jouw manier en je laat dat de buurman ook doen (want hij laat jouw dat ook doen). Je legt elkaar dus niet je mening op en hierdoor hou je automatisch rekening met elkaar, en krijg je respect voor mekaar.

Humor in mijn werk is voor mij heel belangrijk. Het meeste hou ik van zelfspot, want het is een losse manier om wat te zeggen, zonder de ander te beledigen, of de ander jouw mening op te leggen. Humor laat je lachen, en zegt niet ik ben beter" of "ik ben belangrijker". Tevens gaat het om humor/lol in het leven te hebben. Want die humor zorgt er voor dat je zelfs de moeilijkste situaties kunt doorkomen. Kijk bijvoorbeeld maar naar een begrafenis. Zelfs dan word er ook een beetje gelachen. Vaak als een boer met kiespijn, maar je kunt dan wel weer even ademhalen. Dit ademhalen is weer nodig om verder te kunnen leven met je verdriet, want die wordt er niet minder om, maar het leven gaat wel door.

mijn helden

Helden heb ik niet. Wel kunstenaars wiens werk mij aanspreekt. Dit zijn o.a. Teun Hocks, Sigurdur Gudmundsson, Joost Conijn en Panaramenko. Met Teun Hocks kwam ik in aanraking toen ik de foto landroeien gemaakt had. Mijn docent zei, "kijk eens naar Teun Hocks". Zijn werk heeft mij de ogen geopend en mij nieuwe impulsen gegeven. Hij plaats zichzelf in allerlei absurde situaties, zoals een pad dat begint bij een afgrond en waar hij van wegloopt met zijn schildersuitrusting op zijn rug (uit 1999).
Deze afbeelding toont meteen de tegenstrijdigheid die in zijn meeste werk zit. In dit werk drijft hij de spot met de illusie van kunst, en tegelijk prijst hij de kunst die onafhankelijk is van het leven. Die tegenstrijdigheid en de humor zou je de kenmerken van zijn werk kunnen noemen. De achtergrond heeft vaak iets sprookjesachtig en tegelijk iets re?els, dit komt omdat de achtergrond geschilderd is. Het decor bouwt hij in zijn atelier waarna hij als het ware een performance uitvoert. Hij weet dan precies het goede moment te vangen, waar de foto een bewijs van is. Zijn werk heeft het iets universeels omdat je er jezelf in kunt herkennen. Het zijn momenten die iedereen wel eens mee maakt in zijn/haar leven. Ik voel mij met mijn werk dan ook aan hem verwant. Het verschil is dat hij zijn decor helemaal opbouwt in zijn atelier, en ik gebruik het weidse landschap als decor. Een grote overeenkomst is de humor die in het werk zit.
Wat ik van Sigurdur Gudmundsson te horen kreeg, was dat ik net zo gek als hij was. Op dat moment word je nieuwsgierigheid wel gewekt. Wat mij opvalt in zijn werk is dat het ook heel gevarieerd is. In zijn begin periode werkte hij veel met foto?s, later veel ruimtelijk. Alhoewel het centrale thema in zijn werk de natuur is, voel ik me toch aan hem verwant. Dit komt vooral door zijn vroege fotografische werk. Hij maakt een beeld door gebruik temaken van enkele attributen, zichzelf en soms het landschap, zoals in Dancing horizon" en Event".

Dancing Horizon

Event
Verder voel ik me aan hem verwant omdat hij zowel met de camera, als met zijn handen beelden maakt. Wat mij ook aanspreekt, is dat hij geen kunst maakt die op kunst reageert, maar op het leven, of zoals hij zelf zegt: "De impulsen om kunst te maken, krijg ik uit het leven zelf, uit eb en vloed, regen en zon, dag en nacht, liefde en verdriet. Het gehoor geven aan die impulsen, is het stillen van een honger. Mijn beeldende kunst gaat over wat er wel is, maar wat ik nog niet ken". Hoewel zijn "situaties" en mijn werk overeenkomsten hebben, zijn er toch ook verschillen. Je zou kunnen zeggen dat een thema van zijn werk de confrontatie tussen natuur en cultuur is en bij mij de confrontatie tussen mens en maatschappij. Mijn werk is direct en nuchter, terwijl zijn werk heel po?tisch is. Hij werkt vanuit een gevoel, dit blijkt uit een uitspraak van hemzelf over zijn fotowerk: "Mijn werk komt voort uit een bron die gevoelsmatig is en waarvan ik geen verklaring kan geven. Het idee dat nodig is om het werk uit te voeren wordt getoetst aan dit basisgevoel. Zo hoop ik in elk nieuw werk dit grondgevoel gestalte te geven. En dat kan alleen doormijzelf uitgebeeld worden." De overeenkomst tussen mij en Panaramenko is dat we allebei ons eigen wereldje om ons heen hebben gebouwd. Bij hem maakt het niet uit of iets wel of niet werkt. Hij brengt het zo overtuigend, dat je er van uit gaat dat het inderdaad werkt. Door zijn werk heb ik het idee dat iets altijd moet werken kunnen loslaten. Het gaat er om hoe overtuigd je iets brengt.

Paradox

Kw
Een terugkerend thema in zijn werk is de symbiose tussen mens en machine. Dit komt goed tot uiting in "Kw". Doordat de vliegapparatuur als een rugzak aan de mens is bevestigd in plaats van dat de mens opgeslokt en ingekapseld wordt in een tuig waaraan hij overgeleverd is. Door die samenwerking te laten zien, of het nou werkt of niet, geeft hij kritiek op onze maatschappij die doorgeslagen is naar de techniek en dus niet meer in balans staat. Dit is nu nog steeds actueel, aangezien onze voertuigen ons nog steeds inkapselen en wij ons er nog meer aan overleveren. Kijk maar naar technieken bij de auto, zoals ABS en de automatische systemen om afstand te houdenop snelwegen, die men nu aan het ontwikkelen is. Doordat hij zijn werk wetenschappelijk onderbouwd, brengt hij kunst en wetenschap bij elkaar. Ook dit staat weer in evenwicht met elkaar en hebben ze er beiden profijt van. Hij geeft de wetenschap weer een menselijk gezicht. Zoals een kind kan dromen, waarin niets onmogelijk is, zo is Panaramenko ook met zijn werk aan het dagdromen, terwijl hij tegelijkertijd zoekt naar manieren om die dromen te verwezenlijken. Het zou in onze technomaatschappij niet verkeerd zijn als er weer meer mensen zouden dagdromen en die dromen zouden najagen. Als je het over Panaramenko hebt, ontkom je er niet aan om het ookover zijn kontakten met Josef Beuys te hebben. Ze bouwen allebei in hun werk een ge?dealiseerde herinnering na. Het "Erweiterter Kunstbegriff" van Beuys was voor Panaramenko van groot belang. Hij was blij om iemand te ontmoeten, die vond dat kunst in een veel bredere zin gezien moest worden dan alleen als kunstdiscipline. Bij Panaramenko ging het om de verbinding tussen kunst en wetenschap en techniek. Beuys ging veel verder. Hij vond dat kunst zich moest verbinden met het dagelijkse leven, met politiek, met wetenschap en techniek. Midden jaren zeventig kwamen hun idee?n meer uit mekaar te liggen, omdat Beuys zich meer met politiek ging bezig houden.

Van Joost Conijn spreekt zijn instelling mij erg aan. Hij is zijn jeugddromen aan het verwezenlijken met zijn vliegtuigen en zijn auto van hout. Wat ik ook mooi vind is zijn manier om met kunst om te gaan. Hij kon zijn vliegtuig al verkopenvoordat hij gevlogen had. Dat wou hij niet, want hij had hem gebouwd om te vliegen. Zijn afstudeer project was een kuip om een motor. Toen die daar stond op de eindexamenexpositie, dacht hij bij zichzelf, hij is niet om naar te kijken, maar om mee te rijden. Dus pakte hij de motor en reed ermee weg. Je zou zijn werk kunnen benoemen als reisverslagen. Het gaat niet om de objecten, maar om de reis daar naar toe, zoals bij het vliegtuig. Of zoals hij hetzelf zegt: "Mijn werk begint bij de onbedwingbare wil me te verplaatsen en gaat over het eigenhandig maken van mogelijkheden, het verwezenlijken van plannen, het alles in werking zetten voor een volkomen moment". Hij heeft zich ontwikkeld van beeldenmaker tot filmer.Zijn laatste werk is een documentaire en gaat over zijn buurtkinderen en al helemaal niet meer over een eigen reis. Met zijn werk laat hij zien dat "het anders zijn" belangrijk is, en dat daar plaats voor moet zijn in onze maatschappij.


Joost Conijn met zijn vliegtuig in de woestijn van Marokko


Joost Conijn met zijn houten auto in het voormalig Oostblok

Techniek vind ik ook fascinerend. De vraag is alleen of de techniek in dienst van de mens staat of de mens in dienst van de techniek. We kunnen zoveel, maar pakken het raar aan. Ik vind het raar dat iedereen het normaal vindt en ermee akkoord gaat, dat je een gebruiksvoorwerp maar voor een paar jaar koopt. Waarom wordt de levensduur van producten steeds korter? Omdat de fabrieken dan vaker een product kunnen verkopen. Maar is de mens daar wel bij gebaat? Hoe vaker wij een product moeten kopen, hoe meer wij moeten werken omdat te kunnen betalen. Deze filosofie kwam ik voor het eerst tegen in het boek Eldorica, een reisverslag naar eenbetere wereld van Juriaan Andriessen en ik kan mij hier helemaal in vinden. Het boek geeft voorbeelden hoe het anders kan, maar geeft geen kant en klare oplossing. Dat is precies wat ik met mijn werk wil. Daarom ben ik er ook niet in ge?nteresseerd dat mijn beelden werken of re?el zijn en meteen in productie genomen kunnen worden.Het gaat er meer om dat het mogelijk zou kunnen zijn, of dat je jezelf afvraagt waarom dingen zo zijn. Neem nou de foto "Landroeien".

Landroeien
Ik zit in een kano op het land te roeien. Dit beeld is ontstaan omdat ik mijzelf afvroeg waarom wij hier in Nederland fietsen hebben, en daarvoor allemaal fietspaden en bruggen aanleggen? Zou het niet makkelijker zijn als we een op menskracht aangedreven voertuig zouden hebben die zich zowel op het land als op het water zou kunnen voortbewegen?

Waarom maak ik beelden? De laatste tijd kom ik er steeds meer achter dat beelden maken voor mij een vorm van spelen is, waarmee ik tegelijkertijd iets over de maatschappij zeggen kan. Het is mijn manier van communiceren. Waarin verschilt Twannie`s wereld ten opzichte van bijvoorbeeld AVL-Ville van Atelier van Lieshout? Het grote verschil is dat ik kleinschalig en alleen wil werken. Een plaats zoals AVL-Ville heeft dezelfde structuren, zoalsoverlegorganen, besturen etc., als de gewone maatschappij. Daardoor heeft het niet meer het persoonlijke karakter waar het mij om gaat. Het is natuurlijk wel zo dat zij veel meer kunnen bereiken omdat ze met meer mensen zijn. Tevens wil ik geen oplossing aandragen in de zin van een echte vrijstaat voor iedereen. Twannie`s wereld is persoonlijk, en bedoeld als voorbeeld van, kijk zo zou het ook kunnen. Het gaat mij er om dat iedereen zijn eigen wereldje cre?ert, en niet dat iedereen deelneemt aan mijn wereld. Het gaat er niet om dat het wereldje echt is, het gaat er meer om dat het misschien echt zou kunnen zijn. Mensen moeten hun eigen oplossing zoeken. Daarom ben ik ook niet ge?nteresseerd in de directe communicatie zoals Josef Beuys dat deed met zijn directe democratie. Op die manier gaat mijn mening een te grote rol spelen en dat is nou net niet de bedoeling. Ik wil mensen de ogen openen, maar ze moeten zelf beslissen waar ze naar kijken. Dit is ook de reden dat mijn werk iets toevoegt aan de kunst. In deze individualistische maatschappij is iedereen op zichzelf gesteld. Wat op zich geen punt hoeft te zijn, het is alleen zo dat geld en materialisme het belangrijkste lijken te zijn. Ik hoop te bereiken dat mensen weer durven te spelen en dromen, en niet alleen rijkdom najagen. Want wat is rijkdom eigenlijk? Is het geld alleen? Nee, voor mij is rijkdom de tijd die ik heb om te spelen en te leven, om te lachen en te feesten. Een van mijn doelen is om mijn werk aan zoveel mogelijk mensen te laten zien. Dit wil ik onder andere bereiken door mijn internet site twannie.nl. Maar mijn grootste doel is al bereikt als 1 persoon anders tegen de maatschappij aan gaat kijken. Verder vind ik het belangrijk om beelden te maken die toegankelijk zijn, ook voor mensen zonder kennis van kunst

Literatuurlijst
- Sigurdur Gudmundssons" geschreven door Zsa-Zsa Eyck uitgave Van Spijk 1991
- Fotografia Buffa" redactie Poul ter Hofstede uitgave Groninger Museum 1986
- Panaramenko" redactie Lillian Dewachter uitgave MUHKA 1989
- Panaramenko" Hans Theys uitgave Galerie Jamar 1995
- Het late uur" Donald Burton Kuspit en Laura van Campen Hout uitgave De Geus 1999
- Eldorica, een reisverslag naar een betere wereld" schrijver Juriaan Andriessen
- Het woestijnhek van conijn" Justus van Oel Haarlems/Leids Dagblad
- Halve wilden in niemandsland bij Amsterdam" Pauline Kleijer Volkskrantvideo
over Joost Conijn van Bonanza VPRO